Kenners noemen de Oostkaap (East Cape) ook wel de minder bekende Tuinroute. De vegetatie in de Oostkaap is bijzonder, dankzij de overgangszone van een mediterraan naar een subtropisch klimaat. In de ongerepte Oostkaap vind je dan ook veel inheemse beplanting, cactussen en struiken. Het landschap is zeer gevarieerd en wordt naar het oosten toe steeds groener. Langs de 800 kilometer ongerepte kust van de Wild Coast vind je diverse prachtige stranden. De regio is nog authentiek en puur, met veel malariavrije wildparken, waaronder het Addo Elephant National Park, en lieflijke plaatsjes als Grahamstown en Graaff Reinet.
In het hart van de Oostkaap ligt het universiteitsstadje Grahamstown. Deze van oudsher Engelse enclave organiseert jaarlijks (in juli) het National Arts Festival; met elf dagen lang muziekvoorstellingen en kunsttentoonstellingen is dit het grootste culturele evenement van Zuid-Afrika, en na Edinburgh het grootste ter wereld. Doordat Grahamstown is gesticht als een militaire buitenpost zijn hier meer forten te vinden dan elders in Zuid-Afrika. Het stadje heeft een turbulent verleden; hier hebben veel veldslagen plaatsgevonden. Naast forten vind je hier echter ook veel oude gebouwen, waarvan de kathedraal het meest opvallende is. Het Observatory Museum huisvest de enige negentiende-eeuwse camera obscura van het zuidelijk halfrond.
In het plaatsje Cradock, gelegen in de Groot Karoo, zul je weinig toeristen tegenkomen, en ervaar je nog de ouderwetse vriendelijkheid van het platteland. Bezienswaardigheden vanuit Cradock zijn het Mountain Zebra park, de Vallei van Verlatenheid en het plaatsje Graaff Reinet.
Graaff Reinet is een typisch Oostkaapdorpje waar de tijd lijkt te hebben stilgestaan. Om de oude gebouwen en de sfeer op je te laten inwerken, is het de moeite waard om uit te stappen en een wandeling door het dorp te maken en/of te overnachten in een van de knusse B&B's. In het museum van Graaff Reinet is een aantal fossiele vondsten te bewonderen.
Deze regio geniet steeds meer bekendheid vanwege zijn malariavrije wildreservaten en natuurparken. In de Oostkaap zijn grote stukken land in oorspronkelijke staat teruggebracht waarna men hier diverse wildsoorten heeft geherintroduceerd. Een hoogstandje van ecotoerisme waarvan het resultaat er mag zijn. Voor wie olifanten wil observeren is een bezoek aan het Addo Elephant national Park een absolute aanrader.
De naam ‘Addo Elephant National Park' is feitelijk een tikje misleidend: het park, 75 kilometer ten noorden van Port Elizabeth, is sinds de oprichting sterk uitgebreid en omvat nu ook een marinereservaat. Het Addo Elephant National Park werd in 1931 opgericht, omdat er toen nog maar elf olifanten in de regio in leven waren. Inmiddels strekt het park zich uit over 164.000 hectare. In de toekomst zal het verder worden uitgebreid tot 360.000 hectare en met de kustlijn eromheen een marinereservaat omvatten. Dan zal Addo Elephant National Park maar liefst vijf van de zeven vegetatiezones omvatten die Zuid-Afrika kent. Daardoor hebben we het hier niet over de Big Five, maar over de Big Seven. Want naast olifanten, neushoorns, luipaarden, buffels en leeuwen, vind je hier ook walvissen en de grote witte haai. In het kustgebied bevinden zich de grootste Jan van Genten-kolonie en de op één na grootste broedkolonie van pinguïns in Zuid-Afrika.
De olifanten in het Addo Elephant National Park zijn zo gewend aan de aanwezigheid van de mens dat je nergens zulke ontspannen exemplaren tegenkomt als hier. Het is werkelijk een onvergetelijke ervaring om midden tussen een kudde olifanten te staan.
De Wild Coast is een van de minst ontwikkelde gebieden in Zuid-Afrika. Het ligt niet echt op de doorgaande route daardoor kost het wat meer tijd om er te komen. Om die reden slaan veel bezoekers de Wild Coast over. Dat is jammer, want het is er bijzonder mooi. Wie de moeite neemt om naar de kust te rijden, vindt een geheel ongerepte regio met eindeloze heuvels afgewisseld met schitterende stranden waar nog amper toeristen komen. De rondavels in de Xhosa-dorpen - ronde lemen hutten met rieten daken - geven je een goede indruk van het authentieke Zuid-Afrika. Het kan ook gebeuren dat je even moet stoppen omdat er vee op de weg staat. Hier kun je schitterende lange wandelingen maken, waarbij je alleen een herder tegenkomt die met zijn vee naar het dorp loopt.
Het plaatsje Port St Johns ligt in de monding van de Umzimvubu, de Xhosa-naam voor de Nijlpaardrivier die in de Drakensbergen ontspringt. Hier komen de walvissen tot dicht bij de kust. Port St Johns is bovendien bekend om zijn ‘sardine run': grote scholen sardines zwemmen in november terug naar de kust, achternagezeten door roofvissen als orka's walvissen en haaien. Tijdens een zee-excursie kun je dit van dichtbij zien. Verder leent Port St Johns zich uitstekend voor prachtige wandelingen en dagexcursies, bijvoorbeeld naar Hole in the Wall en naar traditionele Xhosa-dorpjes die je alleen te voet kunt bereiken.