Tegenover het kustplaatsje Vilanculos ligt de Bazaruto Archipel. Dankzij de rijke natuur op en vooral rondom de eilanden, is het in 1971 uitgeroepen tot national park. Het is bovendien een tropische strandbestemming bij uitstek. Op de vijf eilanden van de archipel, Bazaruto, Benguerra, Magaruque, Santa Carolina en Banque, vind je tal van markten en kleine dorpjes met vriendelijke bewoners, die je een kijkje gunnen in hun dagelijkse leven. Zo kun je bijvoorbeeld in de vissersdorpen de netten helpen binnenhalen.
De archipel is idyllisch met een heldere, warme azuurblauwe zee en onbedorven stranden, waar palmen en kasuarbomen voor beschutting zorgen. De eilandengroep kent nauwelijks roofdieren, maar staat bekend om zijn 'dugongs', ofwel Indische zeekoeien, en vijf soorten dolfijnen. Op Maruque komen ze heel dichtbij. Ook zijn er 's zomers walvissen te zien. Hier kun je duiken en snorkelen, maar ook op marlijn en makreel vissen.
Landinwaarts overheerst op vier van de vijf eilanden de jungle. Uitzondering is Santa Carolina, het kleinste en meest noordelijke eiland, dat bestaat uit rotsen en koraal.
Bazaruto, het grootste eiland, kenmerkt zich door kasuarbomen, kokospalmen en cashewbomen aan het strand. Hoge duinen voeren naar een binnenland met veel meren. Aan de noordpunt staat een vuurtoren van ruim een eeuw oud.
Op Benguerra kunnen vogelaars hun kijkers richten op 160 vogelsoorten. Bij laag water komen bij dit eiland witte zandplaten bloot te liggen die zijn bezaaid met schelpen. Zes uur later liggen ze weer drie meter onder de zeespiegel.
De verschillende vissersplaatsjes zijn leuk om te bezoeken. Zo is er Inharosso, recht tegenover Bazaruto aan de noordkant van de archipel, waar nog hotels staan uit de koloniale tijd. In Hotel Seta, gelegen onder de mahoniebomen aan het strand, kun je voor een redelijke prijs heerlijk eten.
Wil je meer leven in de brouwerij, dan is er Vilanculos, het vriendelijke kustplaatsje op het vasteland tegenover de archipel. Vilanculos heeft prachtige stranden, een haventje, diverse markten, goede restaurants, een wervelend uitgaansleven en goede, betaalbare lodges en hotels. Het Donna Anna Hotel was ooit het stralende middelpunt van Vilanculos. Nu is het wat vervallen, maar het geeft een goed beeld van de koloniale tijd.
Wie zelf vanuit Maputo naar Vilanculos rijdt, kan onderweg pauzeren in het Arabisch aandoende plaatsje Maxixe. Ook kun je als dagexcursie vanuit Imhambane per dhow (een traditionele vissersboot met zeil) de lagune oversteken naar Maxixe. Maxixe (wat je uitspreekt als ma-sjiesj) is vernoemd naar een Afrikaans stamhoofd. Je kunt hier winkelen en lekker eten.