Veel bezoeker combineren Praslin en La Digue, na Mahé de grootste eilanden van de Seychellen. Praslin kan zich beroepen op een plaatsje op de Werelderfgoedlijst van Unesco en heeft alle ingrediënten voor het ultieme Bounty-gevoel. In La Digue lijkt het alsof de tijd stil heeft gestaan en het Anse Source d' Argent strand op dit eiland geldt als het icoon van de Seychellen. Een combi van deze twee eilanden is een goede keuze voor mensen die geen zin hebben om in een resort te verblijven.
Lazare Picault, de ontdekker van de Seychellen, doopte Praslin in 1744 tot het ‘eiland der palmen', en dat is niet voor niets: de weelderige kokosplantages vormen letterlijk en figuurlijk een belangrijk ingrediënt voor het Bounty-gevoel dat je op dit eiland spontaan overvalt. Praslin,op korte afstand van Mahé, is nog dunner bevolkt dan het hoofdeiland, en derhalve meer 'laid back'. Het is een waarachtig exotisch paradijs met witte zandstranden en veel groen. Voor wandelaars is Praslin een prima bestemming: er zijn diverse wandelpaden uitgezet, van licht tot zwaar, en verschillende natuurwandelingen voeren je langs inheemse planten- en dierensoorten.
Het eiland telt tal van prachtige stranden, waarvan Cote d'Or aan de noordkust en Grand Anse aan de zuidkust de grootste zijn. Speciale vermelding verdient het brede en idyllische Anse Lazio in het uiterste noordwesten, omdat het is uitgeroepen tot een van de mooiste stranden ter wereld. Je kunt er veilig zwemmen en snorkelen tussen het levende koraal en de naar schatting 900 vissoorten.
Het Vallée de Mai National Park is nagenoeg de enige plaats waar de befaamde ‘Coco de Mer' groeit, de enorme kokospalm die oorspronkelijk op de bodem van de zee zou zijn gegroeid. Daarom staat dit natuurpark op de Werelderfgoedijst van UNESCO.
Een wandeling door dit park geeft het gevoel alsof je door het decor van de film Jurassic Park wandelt, met enorm grote inheemse bomen. De 'Coco de Mer' palmboom valt direct op door zijn grote palmbladeren en geniet vooral bekendheid vanwege zijn suggestieve noot.
Ook kun je in de Valléee de Mai de zeldzame, inheemse 'Black Parrot' oftewel zwarte papegaai aantreffen.
Voor de kust van Praslin liggen talloze kleinere eilanden die bezocht kunnen worden. Bijvoorbeeld naar St. Pierre, waar uitstekend gesnorkeld kan worden. Ook is er Cousin Island, sinds 1968 een natuurreservaat en een paradijs voor vogelliefhebbers. Meer dan 250.000 zeevogels en bedreigde soorten zoals de ‘Seychelles Magpie-Robin', de ‘Seychelles Warbler' en ‘Fody' komen hier voor.
Zeker de moeite waard is Curieuse, dat deel uitmaakt van een marine reservaat.
Hier leeft een kolonie van ruim 250 reuzenschildpadden die van de Aldabra Atol zijn geherintroduceerd. Op dit eiland zijn diverse wandelpaden uitgezet.
Een andere dagexcursie vanaf Praslin is naar Aride, dat in 1973 is gekocht door het Britse Koninklijke instituut voor natuurbescherming. Op Aldabra na is Aride het belangrijkste eiland op het gebied van natuurbescherming. Nergens op de Seychellen zijn meer broedende zeevogels te vinden dan hier. Onder begeleiding van een natuurkundige kun je naar het hoogste punt wandelen, waar honderden fregatvogels boven de azuurblauwe zee cirkelen. Aride is bovendien het enige eiland ter wereld waar de 'Wright's Gardenia' oftewel 'bwa citron' groeit.
Vanuit Praslin kun je ook gemakkelijk oversteken naar La Digue, wat mede verklaart waarom de twee eilanden zo'n aantrekkelijke combinatie vormen. Op La Digue, het kleinste van de drie hoofdeilanden, lijkt de tijd te hebben stilgestaan: en er zijn nauwelijks voertuigen en wegen. De bewoners verplaatsen zich voornamelijk per fiets, te voet of per ossenwagen. Er worden nog steeds op traditionele wijze boten gebouwd, en ook wordt uit kokosnoten nog op traditionele wijze kopra gewonnen. Op de vismarkt in La Passe zijn de vissers druk bezig de vangst van die ochtend te verkopen.
Op La Digue is tussen de rode granieten rotsen volop ongerepte natuur te vinden, waardoor dit eiland niet alleen een strandbestemming is, maar ook een bestemming voor actievelingen.
Een aanrader is de wandeling naar 'Belle Veu', waarna de 'die-hards' nog verder omhoog kunnen wandelen om vervolgens van een schitterend uitzicht over La Digue en de omringende eilanden te genieten. Met een beetje geluk kom je onderweg de zeldzame Seychelles Black Paradise Flycatcher tegen, een van de meest zeldzame vogels ter wereld. Andere biologische juwelen zijn de prachtvink, de paradijsmonarch, de salangaan, het Chinees woudaapje en twee soorten zeldzame moerasschildpadden. In de bossen vind je prachtige orchideeën en vanilleranken.
Ook een fietstocht naar het oosten van het eiland is absoluut de moeite waard: hier vind je ongerepte stranden met hoge golven zoals Grande Anse, Petite Anse en het schitterende Anse Coco.
Het meest bekende icoon van de Seychellen is ongetwijfeld 'Anse Source d'Argent', een van de meest gefotografeerde stranden ter wereld. Door het zilverwitte zand en de wuivende palmen ziet het er bijna sprookjesachtig uit.