Als je 'alles' al zo'n beetje gezien hebt en het summum van ongereptheid wilt meemaken, is Katavi National Park in het zuidwesten van Tanzania de ultieme bestemming. Ruiger kan echt niet. Het is een van de minst bekende en moeilijkst toegankelijke parken van Tanzania. Je rijdt hier niet alleen over onverharde wegen, soms moet je ze zelf creëren. Katavi National Park, dat tweemaal zo groot is als de provincie Utrecht, kent dan ook zeer weinig bezoekers. Zodoende krijg je het gevoel dat je het reservaat helemaal voor jezelf hebt.
In Katavi National Park (5.000 km2) worden uitgestrekte miombobossen doorkruist door een aantal rivieren die uitlopen in de vloedvlakte waar Katavi bekend om is. In de natte tijd worden deze drassige grasvlakten bevolkt door nijlpaarden en krokodillen. In de droge tijd grazen hier grote concentraties zebra's, wildebeesten en buffels die in Afrika hun weerga amper kennen. Ook zijn hier dan 400 vogelsoorten te herkennen.
De aantallen krokodillen zijn hier zo groot dat zij zich niet kunnen verschuilen. En dan zijn er de buffels - grotere kuddes kom je gegarandeerd nergens anders tegen - leeuwen, hyena's en luipaarden. Honderden nijlpaarden drijven in de rivieren of grazen in enorme kuddes aan de oevers. Als tegen november het droge seizoen ten einde loopt, is het water grotendeels opgedroogd en kun je een hele groep nijlpaarden dicht tegen elkaar aan in de laatst overgebleven modder zien liggen. Dan is het letterlijk van levensbelang dat het snel gaat regenen, omdat de dieren anders verhongeren.
Ondanks het vele wild komen hier slechts 650 bezoekers per jaar, dus gemiddeld nog geen twee per dag. Dit heeft er alles mee te maken dat Katavi National Park zo afgelegen is, maar wie die moeite neemt, wordt beloond met uitstekende safarimogelijkheden in wellicht de meest ongerepte wildernis van Afrika.