Arusha National Park in Tanzania is niet overdreven groot (137 km2), maar wel zeer gevarieerd. Zodoende kun je binnen een paar uur een aantal compleet verschillende habitats bezoeken: bergwouden, graslanden, wonderlijk gekleurde meren en rivierbossen.
Bij binnenkomst rijd je een schaduwrijk bergwoud in, waar blauwe meerkatten je nieuwsgierig aanstaren en toerako's en trogons nestelen. Hier kun je ook de Black & White Colobus monkey (zwart-witte franjeapen) te zien krijgen, die verder in het noorden van Tanzania nergens voorkomen. Midden in dit bos bevindt zich de indrukwekkende Ngurdoto Krater. Ingesloten tussen steile kliffen leven buffels en wrattenzwijnen in een groot moerasgebied. De doorsnee van de krater op het wijdste punt is 3.6 kilometer.
Verder naar het noordoosten van Arusha National Park liggen de (alkalische) Momela meren tussen met gras begroeide heuvels. Elk meer heeft zijn eigen tint blauw of groen, afhankelijk van de algen die er groeien, afgewisseld met het roze van flamingo's die de meren tijdens hun migratie aandoen. Deze algen trekken ook verschillende soorten waadvogels aan. Ook zijn hier waterbokken te zien. Tussen de heuvels kun je giraffen zien lopen en dikdiks tussen het struikgewas bespieden.
's Morgens vroeg en aan het eind van de middag bestaat de kans om luipaarden en gevlekte hyena's te zien.
De horizon van Aruska National Park wordt beheerst door de dichtbeboste Mount Meru (4.566 meter). Wie zich de inspanning getroost deze berg te beklimmen krijgt onderweg niet alleen een grote rijkdom aan planten en dieren te zien, maar heeft als kroon op het klimwerk een spectaculair uitzicht op de sneeuwbedekte top van de Kilimanjaro, 50 kilometer verderop.